Het is wel goed zo

Posted on October 1, 2013

And what it all comes down to, is that everything’s gonna be fine, fine, fine,” zingt Alanis Morisette net iets te hard in mijn koptelefoon.

De mensen bij het stoplicht kijken me een beetje vreemd aan. Had ik maar een duurdere headphones moeten kopen. Of het ze stoort interesseert me even geen bal. Ik ben heel even terug in het portiek waarin ik als zestienjarige hing. Redelijk zelfverzekerd en me zalig onbewust van wat de rest van de wereld deed.

Dat is nu ongeveer achttien jaar geleden. Soms mis ik de tijd dat je nog een tijd afsprak om met iemand te bellen. Dat niemand wist waar je was tenzij je het aan iemand vertelde. En niemand wist wat voor stommiteiten je weer begaan had, tenzij het nieuws via de mondkrant op zijn of haar deurmat belandde. Mijn wereld was een stuk kleiner. Hij begon bij mijn voordeur en reikte zo ver als ik die dag van huis dwaalde.

Tegenwoordig word je dagelijks gebombardeerd met ‘leuke’ details over andermans leven. Vroegâh wist ik die dingen allemaal niet en ik betwijfel of ze me écht iets konden schelen. Ik had het druk genoeg met mezelf. Het stapeltje oude dagboeken vol tienerdrama in mijn moeders inloopkast getuigt daarvan. Veel van die verhalen was ik, had ik ze niet opgeschreven, allang vergeten.

Vanochtend las ik dat vier op de tien mensen zich ongelukkig(er) en eenzamer voelen door sociale media. Begrijpelijk, waar we vroeger onszelf alleen hoefden te profileren binnen onze directe kring, tussen naaste familie of vrienden en op onze school of werkplek en zo tot onze definitie van onszelf kwamen, maken we  nu ons zelfbeeld ‘afhankelijk’ van een veel groter, soms zelfs wereldpubliek. We lijken te lijden aan een soort vergelijkingskoorts. Ik ook. Mijn ‘dagboek’ vind ik online, op Twitter, Facebook en mijn blog. En dan alleen de leuke, ‘neutrale’ verhalen in bewoordingen geschikt voor je moeder en vage kennissen. Beschikbaar binnen drie muisklikken en terug te vinden in Google cache tot het jaar drieduizend-nog-wat. De rest houd ik offline en gaat je geen bal aan, die zit de donkere krochten van mijn schedel en is opgeschreven in goed verstopte, beduimelde opschrijfboekjes. Af en toe wordt ‘de rest’ gedeeld met goede vrienden of familie.

Op internet ben ik net als jij. Keigezellig, soms interessant of strontvervelend. En af en toe betrap mezelf erop dat ik me met je vergelijk. Hebben we hetzelfde opleidingsniveau. Hoe overlapt ons netwerk? Waar ga jij op vakantie? Fotografeer je beter van links of rechts? Doe maar alsof jij het niet doet. Ik geloof je never. En hoewel ik weet dat jij ook alleen je top stories op het net zet, grijpen ze me naar de keel. Op onzekere momenten vraag ik me wel eens af of ik met mijn 34 jaar te laat ben om nog grootse dingen te bereiken. Dan wil ik ook een topbaan of een mindblowing wereldreis maken. Dan klik ik op sites met twijfelachtige koppen als ‘Bereik je hoogste potentie’ of ‘Meditatie-reizen naar Letmiboobshang, India’.

Vervolgens realiseer ik me dat ik helemaal niet het type ben voor een 80-urige werkweek, laat staan een stilte retraite. Bovenal dat ik het, gemeten tegen mijn oude meetlat, behoorlijk goed doe. As we speak twittert er vast iemand dat er vanmiddag een propperig vrouwtje op crappy heaphones veel te hard naar Alanis Morisette luisterde. Wie weet vindt die persoon zelfs bijval. Het zal best. Terwijl ik naar One hand in my pocket luisterde was ik even dolgelukkig. Het liedje herinnerde me aan een tijd waarin een het beeld dat iemand van me had afhing van een real time ervaring, het gros van wat ik uitkraamde werd vergeten en alles uiteindelijk, altijd okay was.

Gechreven voor Miss Mundo.