‘Onmenselijk gelukkig’

Posted on July 31, 2014

‘Straatarm maar zo blij. Zo gelukkig met weinig. Waren wij dat maar, daar kunnen we wat van leren.’ De keren dat ik dit onder een Facebook-post heb zien staan kan ik niet meer tellen. Meestal wil ik daarna mijn laptopscherm ontsmetten met zoutzuur.

De laatste keer dat ik zo’n typische reactie las was op Facebook onder een filmpje waarin Stef Biemans Ivoriaanse cacaoboeren voor het eerst het westerse eindproduct van hun cacao-oogst laat proeven. De begeleidende post van het filmpje maakte het geheel nog mooier: ‘But I choose to focus on the positivity and dedication of these men who seem to find a real joy in what they do, and the immense honor they feel at the chance to sample the fruits of their labor.’  Uh, pardon me mister clickhole-hippie?

Ja, filmpje is ‘hartverwarmend’ om te zien én hartverscheurend. Met het laatste doel ik vooral op de onwetendheid van de boeren. ‘Hierdoor zijn westerlingen zo gezond,’ meldt één aan zijn vrienden. ‘Ben je zo licht van kleur door de chocola,?’ vraagt zijn collega aan de interviewer uit de stad. ‘Zo, dat is zoet. Maar wel lekker,’ grijnst een andere boer verbaasd. ‘Onze ouders vertelden ons altijd dat er wijn van gemaakt werd. Dit wist ik niet. Het papiertje bewaar ik voor mijn kinderen. Dan weten zij wat er van onze cacao wordt gemaakt.’ In mijn clickhole aan de andere kant van de wereld weet niet of ik moet lachen of huilen dat deze man niet weet wat er van zijn cacao gemaakt wordt, of teleurgesteld moet zijn dat niemand hem ooit heeft verteld wat er gebeurt met de cacaobonen waar hij zich kapot voor werkt.

Daarna vraag ik me af of het uitmaakt of de boer niet weet wat er van cacao gemaakt wordt. Als ik niet weet wat ik mis ben ik ook gelukkig met wat ik heb. Dan is – of lijkt – elke kleine meevaller of verrassing die mij ten deel valt een zegen. Maar in tegenstelling tot de boer leef ik in een wereld waar ik continu zie wat een ander doet of heeft. Maakt het me gelukkiger dat allemaal te weten? Niet altijd, soms word ik er een beetje chagrijnig of jaloers van. Ik ben ook maar een mens. Op andere momenten ben ik blij verrast na een simpele ontdekking, vooral als het een is in de richting nieuwe mogelijkheden of een beter perspectief op een ‘ogenschijnlijk’ uitzichtloze of onoplosbare zaak. Van het laatste verdenk ik de cacaoboeren. Ik zou extatisch worden als ik ontdekte dat mijn dorre noten vrij eenvoudig in een zeer gewilde snack kunnen veranderen. Want: kassa!

Ergens in Côte D’Ivoire loopt straks een cacaoboer langs een winkel met chocola die ongeveer een derde kost van wat hij per maand verdient. Dan dringt tot hem door dat hij echt hulp nodig heeft om zijn situatie te verbeteren. Ik vraag me af hoe gelukkig hij dan nog is met weinig en of hij dan nog trots is dat hij zijn rug kapot werkt voor andermans goedkope genotsmiddel. Ik zou het hem niet kwalijk nemen als hij zijn plantage oploopt, keihard tegen zijn cacaoboom trapt en fantaseert over een muilperen-teelt.

Hij is tenslotte een mens. Ontneem hem dat niet door hem super powers op het vlak van geluk of onzelfzuchtigheid toe te kennen. In een (schijnbaar) uitzichtloze situatie is je menselijkheid het vaak het enige dat je écht hebt, wat je overeind houdt en in sommige gevallen redt. Zodra je iemand zijn menselijkheid ‘ontkent’ door hem ‘onmenselijke’ eigenschappen toe te kennen, begeef je je, zelfs al bedoel je het goed, op een hellend vlak. En daar wringt voor mij de schoen. Met dat in mijn achterhoofd hoop ik dat we écht iets van cacaoboeren leren.