Over m’n onderbuik

Posted on July 8, 2013

Daar zat ik dan, te solliciteren tegenover twee vrouwen. Een beetje zenuwachtig, maar wie is dat niet bij een sollicitatie? Vrouwen die lange tijd met elkaar omgaan vormen hun eigen procedures. Zo ook de dames waarbij ik solliciteerde. Niks nieuws onder de zon.

Tijdens de korte wandeling naar het sollicitatiehok haalde ik uit de blik van mijn begeleidster één woord: afgekeurd. Eenmaal in het kleine, warme kantoortje aangekomen probeerde ik mijn onderbuik gevoel aan de kant te zetten. Er hing een quasi laconieke sfeer. We keuvelden wat, verkenden elkaars grenzen. Ik was overduidelijk de vreemde eend in de bijt.

Met gespitste oren en open ogen probeerde ik de vrouwelijke codetaal van mijn gesprekspartners te ontcijferen. Wat de interactie en relatie tussen vrouwen voor mij apart zet van alle andere relaties, is dat we meer dan mannen koersen op onze onderbuik. We kunnen ons makkelijk verplaatsen en inleven in anderen. Dat maakt ons vaak liefdevol en mededogend, hierdoor kunnen we bij elkaar terecht voor steun en solidariteit. Maar het maakt ons ook gevaarlijk en meedogenloos. Elke vrouw weet dat, we zijn in tune met dezelfde onderstroom.

Deze wetenschap zorgde voor wat ongemak. Het soort dat ik nooit voel als ik bij een man solliciteer. Toch maakte ik me vrij weinig zorgen over het verloop van het gesprek. Ik ben vrij open en er is weinig men niet van me mag weten. Dacht ik… tot er vrij out-of-the-blue aan me gevraagd werd of ik van plan was snel kinderen te krijgen. Waarschijnlijk trok ik daarop net zo’n kop als Jill Scott wanneer ze zingt: ‘I’m about to take my earrings off give me some vasoline…’ Nee, niet in de planning, perste ik eruit.

Mijn hoofd raakte overspoeld met vragen. Waarom zou een vrouw dit aan een andere vrouw vragen? Wat als ik om welke reden dan ook onvruchtbaar was? Wat als ik net een miskraam had gehad? Waren deze dames Midas Dekkers adepten?’ Waar is de vrouwelijke solidariteit? Clarissa Pinkola Estes’ wolfsvrouw gromde in mijn oor. ‘Pak ze. Doe het voor je zusters!’ Wat een beheerste onderstroom was kolkte woest omhoog naar de binnenkant van mijn schedel. ‘Kinderen plannen en krijgen is een privé aangelegenheid’, echode mijn moeders stem door mijn hoofd.

Na wat gereutel over het vakgebied was het aan mij om vragen te stellen. Mijn mond had echter een kleine voorsprong op mijn hersenen. Eerste vraag: ‘Hebben jullie kinderen? BAM! Ik was recht op een mijn gesprongen. De verschrikte blik tegenover mij vertelde me dat ik een iets te persoonlijke vraag had gesteld. Maar ik kreeg antwoord. De kinderen kwamen voor de baan en al het aanverwante gebeurde uiteraard – comme il faut – buiten de baas zijn tijd. In een poging de angel uit de situatie te trekken stelde ik daarna wat vriendelijker vragen over hun keuze voor het bedrijf en meer zulks.

Einde gesprek was ik behoorlijk klam. ‘Kunnen de ramen hier eigenlijk open? Het is hier vast heet hier als het zomer wordt’. ‘Op deze hoogte? Was je van plan eruit te springen en zelfmoord te plegen?’ Ik zei nee. Het leek het me wijs om het verder bij beleefdheden te houden. Voor mijn geestesoog gooide Jill haar handen op en verzuchtte ‘It ain’t worth it baby girl’.

Eenmaal buiten slenterde ik met de wolfsvrouw, mijn moeder en Jill inmijn hoofd naar een koffiebar. Me afvragend of ik überhaupt een duidelijk standpunt heb over baby-vragen in sollicitatiegesprekken. Waar mijn boosheid vandaan kwam. Of ik niet te snel en te cru had gereageerd. Had ik me moeten verontschuldigen? Op die vragen weet ik net zo min het antwoord als wanneer en óf ik kinderen krijg. 

Het zal je niet verbazen dat ik de baan niet heb gekregen. Af en toe denk ik aan het raam dat niet open kon. Dan lach ik, en maak ik mezelf wijs dat het dicht gekit is nadat een dame genaamd Solidariteit eruit viel.

Geschreven voor Miss Mundo