Steenezelin in de kerststal

Posted on December 22, 2013

“Eigenlijk houd ik helemaal niet zo van feestdagen. Dan moet je zoveel. Ik vind het leuk om familie en vrienden te zien, maar bij het idee van een volle week sociale activiteiten krijg ik het op m’n heupen”. Mijn collega kijkt me aan. “Ik ken dat. Geef je eraan over. Ik maak altijd een dag vrij voor boodschappen. Die doe ik alleen. Uiteindelijk is het elk jaar gezellig. Toch?”

In het spectrum van verschillende menstypen kun je mij scharen in het cluster highly functional introverts. Ik houd van mensen, ben bij vlagen enorm sociaal, maar ik heb ook me-time nodig en een broertje dood aan het gevoel gestuurd te worden. Je raadt vast al hoe ik sta tegenover vaste dagen met onvermijdelijke moetjes.

Wat me raakte in de opmerking van mijn collega was het woord ‘overgave’. Exact het woord dat elk jaar vanaf eind november – wanneer het grote plannen en accepteren dan wel afwijzen van uitnodigingen begint – door mijn hoofd zingt. “Geef je eraan over. Als je er eenmaal bent, vind je het leuk.”

Als volbloed koppige steenezel staat het idee van mijn agenda laten leiden door de commercie en andermans wensen en verwachtingen, ernstig tegen. Waar ik normaal niet vies ben van een feestje, verlang ik ineens naar avondjes alleen met een deken en een boek. Wil ik met rust gelaten worden en gruwel ik van het idee dat mijn keuzevrijheid en gemoedsrust met een strik erom in de zak van de Kerstman verdwijnen. Alsof er stukjes van me af gebikt worden en er niks over blijft om te geven. En ik wil er écht zijn, niet half.

M’n innerlijke ezelin trapt dan een paar dagen – uit angst een willoos trekpaard te worden – tegen alles wat ‘heilig’ is. Bij voorkeur die twee dagen tegen het eind van het jaar. Wellicht is mijn grootste angst hypocrisie. Doen alsof ik geïnteresseerd, gezellig of betrokken ben op momenten dat ik dat misschien niet zo voel.

Het vooruitzicht van een overdadig vertoon van quasi-naastenliefde grijpt me naar de keel. Liefdadigheidsacties wapperen als een rode vlag voor m’n ogen. Dan vergeet ik dat mensen in de kern goed zijn en oprechtheid bestaat. Dat men elkaar écht graag wil zien en die drie korte dagen in december, hoe lullig ook, daar logistiek gezien het handigst voor zijn.

Die wetenschap zorgt dat ik mijn steenezelin jaarlijks tussen Sinterklaas en Kerst noodgedwongen op stal staat waar ze kan briesen en schoppen zonder dat het iemand raakt. Zo kan ze langzaam transformeren in gemoedelijke sjokpony-staat. Die waarin ze barst van de naastenliefde, erop los knuffelt en zich vol overgave in het kerstgewoel stort.

M’n me-time in aanloop naar de feestdagen heb ik al ruimschoots geclaimd. Inmiddels sta ik te trappelen om cadeautjes te geven, aan te schuiven bij kerstdiners en op kerstochtend, zoals elk jaar, in een belachelijke feest-pyjama Christmas in Hollis te neuriën. In the end is het zoals mijn collega zei: “…elk jaar gezellig. Je moet je er alleen even aan overgeven.”

Mochten we elkaar niet meer ‘spreken’. Bij deze vast een fijne Kerst en een gelukkig 2014. Echt!

Geschreven voor Miss Mundo.