Uit volle borst

Posted on May 8, 2013

Ik zie mezelf nog staan. Veertien jaar oud, snotterend in een kleedhokje met een beha geschikt om een mannelijke, Joodse Siamese tweeling van passende hoofdbedekking te voorzien. ‘Als we onszelf eens konden maken hè meissie’, fluisterde de winkeldame me toe. ‘Ja, als dat eens kon’.

Met sok-in-beha anekdotes kan ik jammer genoeg niet meepraten. Ik jatte mijn vaders truien om mijn groeilustige hobbels te verbergen. De eerste keer dat mijn moeder suggereerde een beha voor me te kopen, herinner ik me ook nog goed. In tegenstelling tot de meeste meisjes wilde ik er geen. Op mijn twaalfde was ik al hard op weg naar de ‘wereldcup’.

Tot mijn zeventiende heeft mijn moeder een enorm budget vrij moeten maken om mij te voorzien van normale bovenkleding. Twee normale ondergoedsetjes van Warner kostten toen al gauw driehonderd gulden. Badpakken, sport beha’s, T-shirts en blouses kopen was ook een doorlopend drama van epische proporties. In tegenstelling tot nu had je maar weinig afwijkende maten in de winkels.

Ik voelde me een mutant. De vooroordelen waren niet van de lucht. De keren dat ik door vreemde mannen in mijn voorgevel ben geknepen, zijn niet meer op twee handen te tellen. Meisje + grote borsten = sloerie, was geloof ik de leidende gedachtegang. Oh en sporten… Ren eens een coopertest met twee waterzakken van 2,5 kilo stuks aan je borstkast bevestigd. Niet fijn? Goh. Doe ze maar af dan. Dat deed ik ook. Op m’n zeventiende kwam ik wegens nek- en rugklachten versneld in aanmerking voor een borstverkleining. De kans dat ik door afvallen een normale borstomvang zou krijgen was volgens de chirurg miniem.

Als ik mezelf gemaakt had, was ik in de herfst van 1996 niet wakker geworden met een plak post-narcosekots in mijn haar en drains uit beide kanten van mijn borstkas. Dan was ik een normaal meisje, met een normale borstomvang die met het grootste gemak leuke kleren kon kopen. Of was ik later geboren.

In vergelijking met begin jaren ’90 heb je tegenwoordig veel meer leuke onder- en bovenkleding in afwijkende maten. Afwijkend vind ik in deze een moeilijke term om te gebruiken, want in de loop der jaren heb ik veel verhalen gehoord van mensen die niet makkelijk kleding vinden omdat ze te groot, te klein, te dik of te dun zijn. Zo veel dat ik bijna zou denken dat er geen standaard is. Dat vind ik een geruststellende gedachte. En ik vind het mooi dat merken als bijvoorbeeld H&M moeite doen om hun kleding geschikt te maken voor een groot scala lichaamstypen.

Als ik terugdenk aan mijn tienertijd, denk ik aan de middelbare school als een plek waar iedereen onder een vergrootglas ligt, niemand ècht wilde opvallen – tenzij je iets fantastisch kon – maar in elk ander geval het liefst naadloos aansloot op de rest. Als volwassene weet ik dat zoiets je leven lang niet gebeurt. Op den duur leer je, met vallen en opstaan, je uniciteit vieren.

Kinderen zijn meedogenloos, voor zichzelf en anderen. Een school is niet de beste plek om een – zoals Amerikanen mooi zeggen – a positive body image op te doen. Ik ben blij dat de middelbare school ver achter me ligt en er geen groepje mooie mensen meer is waar ik stiekem naar op kijk omdat zij wèl in bepaalde kledingstukken passen. Die tijd is long gone.

Daarom, mijn dikke, welgemeende, middelvinger naar de Karl Lagerfelds en Mike Jeffries van deze wereld die redenerend in peer groups alleen kleding in modellenmaatjes verkopen omdat ze geen ‘dikke lelijke mensen’ in hun kleding willen zien lopen. Wel heren, met een kop als die van jullie, zette ik mijn kont een petje op*. Een saluut en drie geweerschoten voor Jean Paul Gaultier, Adèle, Vivienne Westwood en andere forces and freaks of nature die ècht mooie dingen maken. En nu allemaal uit volle borst: School’s out. Forever.

*Af en toe puberen mag, ook na je 30ste.

Geschreven voor Miss Mundo. Opgepikt door Joop.nl (VARA)